Op zoek naar uw droomjob?

Xanthippe is een bureau voor strikt individuele studie- en personenbegeleiding.
Omwille van de uitbreiding van onze capaciteit zijn wij op zoek naar gedreven, vakprofessionele en ervaren leerkrachten voor wie kennisoverdracht en liefde voor hun vak primordiaal zijn.

Ter constante aanvulling van ons eigen uniek en exclusief team zijn wij op zoek naar discrete en empathische leerkrachten, voor wie het overbrengen van kennis aan jongeren een passie is.

Nieuwsgierig?

Neem een kijkje op onze website en snuif hieronder alvast de sfeer op.

Profiel leerkracht wetenschappen

  • Is lesgeven uw passie?
  • Bent u een kei in uw vakgebied?
  • Droomt u ervan om uw kennis door te geven?
  • Beschikt u over een master- of licentiaatsdiploma?
  • Beheerst u Nederlands op moedertaalniveau?
  • Bent u ervan overtuigd dat de jongeren van vandaag de bouwstenen van morgen zijn?
  • Vindt u het een uitdaging en een eer om mee te werken aan iemands toekomst?
  • Zijn kwaliteit en menselijkheid evidenties voor u?
  • Werkt u graag in een aangenaam en uniek kader waarin ook u als werknemer (h)erkend wordt?
  • Bent u discreet, empathisch en bereid om ’s avonds en in het weekend te werken?

Dan bent u misschien de leerkracht naar wie wij op zoek zijn.
Vereiste parate kennis

Wij verwachten van onze leerkrachten wetenschappen dat zij beschikken over een uitstekende parate kennis over hun vakgebied:

DEEL I

1. Gezondheid

1.1 Evenwichtige voeding

1.2 Gezonde levenswijze

1.3 Roken

1.4 Biosociaal probleem

  • IVF
  • Onvruchtbaarheid: mogelijke oorzaken met eventuele oplossingen
  • SOA
  • Stamcellen

2. Celleer

2.1 Lichtmicroscopische en elektronenmicroscopische bouw

2.2 Celorganellen

2.3 Stoffen in de cel en celmetabolisme

2.4 Celdelingen

  • Mitose
  • Meïose
  • Celcyclus

3. Voortplanting bij de mens

3.1 Geslachtskenmerken

3.2 Gametogenese en menstruatiecyclus

3.3 Regeling van de vruchtbaarheid

3.4 Bevruchting, embryonale ontwikkeling, geboorte

4. Moleculaire genetica

4.1 DNA en RNA

4.2 DNA-replicatie

4.3 Eiwitsynthese

5. Erfelijkheid

5.1 Begrippen: homozygoot, heterozygoot, allel, locus, dominant en recessief, codominant en intermediair, chromosoom, gen, multiple allelen, genotype, fenotype

5.2 Werk van Mendel uitleggen en verklaren

5.3 Monohybride en dihybride kruisingen

5.4 Verdere erfelijkheidsbegrippen: gekoppelde genen, geslachtsgebonden genen, multiple allelen, genenkaarten, overkruising, werk van Morgan in verband met gekoppelde genen, populatiegenetica, oefeningen op alle onderdelen.

5.5 Mutaties

6. Biotechnologie

6.1 Natuurlijke genoverdracht

6.2 Transgene organismen

6.3 Recombinant DNA

7. Evolutieleer

7.1 Aanwijzingen door evolutie

7.2 Evolutietheorieën

7.3 Mijlpalen in evolutie

7.4 Evolutie van de mens

DEEL II: ALGEMENE PRINCIPES

  • Chemische informatie in gedrukte bronnen gebruiken
  • Veilig en verantwoord omgaan met chemische stoffen en chemisch afval
  • Gevarensymbolen interpreteren en H- en P-zinnen opzoeken
  • De schadelijke invloed van de stoffen koolstofdioxide, zwaveldioxide, stikstofoxiden op het milieu vermelden; de invloed van dichloor en benzeen (en derivaten) op de gezondheid noemen
  • De aanwezigheid van een stof vaststellen met behulp van een gegeven identificatiemethode
  • Het belang van chemische kennis in verschillende opleidingen en beroepen illustreren

1. Atoombouw

1.1 Uitbreiding van het atoommodel

  • Aan de hand van energieniveaus uitleggen hoe een atoom energie kan opnemen en uitzenden
  • Aan de hand van het lijnenspectrum van een atoom uitleggen dat de energieniveaus gekwantiseerd zijn
  • Een onderscheid maken tussen het hoofdenergieniveau, het subniveau, het magnetisch deelniveau en de spin van een elektron
  • Een overzicht van de energieniveaus van een atoom geven
  • De verbodsregel van Pauli toepassen
  • De elektronenconfiguraties van de elementen voorstellen met pijltjes in vakjes die rekening houden met de kwantumgetallen en de regel van
  • Hund en deze configuraties schrijven met vermelding van s, p, d en f per schil
  • Het verband tussen deze elektronenconfiguraties en de opbouw van het periodiek systeem beschrijven

1.2 Golfkarakter van het elektron

  • De betekenis van het golfkarakter van een elektron uitleggen
  • Uitleggen dat de plaats en de snelheid van een elektron niet tegelijkertijd nauwkeurig kunnen bepaald worden

1.3 Atoomorbitalen

  • Aangeven dat de aantrefkans van een elektron in een bepaald gebied rond de kern nooit 100% bedraagt
  • Aangeven dat de aantrefkans van een elektron volgens verschillende richtingen vanuit de kern niet in alle gevallen even groot is
  • Een atoomorbitaal kenschetsen als een middel om de aantrefkans (waarschijnlijkheidsverdeling) van een elektron in een atoom op een eenvoudige wijze voor te stellen
  • S-orbitalen kenschetsen als bolvormige volumes met een even grote aantrefkans volgens alle richtingen
  • P-orbitalen kenschetsen als haltervormige volumes met een aantrefkans die het grootst is volgens een x-, y- of z-as

2. Structuur van moleculen

2.1 Molecule-orbitalen

  • Een covalente binding schetsen als een atoombinding die tot stand komt door middel van een gemeenschappelijk elektronenpaar tussen twee atomen
  • Een molecule-orbitaal kenschetsen als een middel om de aantrefkans van een gemeenschappelijk elektronenpaar in het interactiegebied tussen de atomen tussen de atomen op een eenvoudige wijze voor te stellen
  • Het onderscheid maken tussen een sigma- en pi-binding
  • Aangeven dat de gemeenschappelijke stellen van een elektronenpaar tussen twee atomen de totale energie van het geheel verlaagt en dat de covalente binding dus leidt tot een grotere stabiliteit

2.2 Hybridisatie

  • Het begrip hybridisatie verwoorden
  • Het verband leggen tussen de ruimtelijke structuur van moleculen zoals experimenteel vastgesteld en de hybridisatie bij het koolstofatoom voor:
    o De tetraëderstructuur van methaan (CH4) en ethaan (C2H6) met sp3-hybridisatie en bindingshoeken van 109°
    o De vlakke structuur van etheen (C2H4) met sp²-hybridisatie en bindingshoeken van 120°
    o De lineaire structuur van ethyn (C2H2) met sp-hybridisatie en bindingshoeken van 180°
  • Aangeven dat sp³-, sp²- en sp-elektronen aanleiding kunnen geven tot sigmabindingen en dat de overblijvende p-elektronen aanleiding kunnen geven tot pi-bindingen
  • Aangeven dat hybridisatie ook optreedt met vrije elektronenparen
  • Uit de ruimtelijke structuur en het verschil en elektronegatieve waarden afleiden dat de molecule een polair of apolair karakter heeft
  • Waterstofbruggen aangeven als dipoolkrachten tussen moleculen waarin waterstof gebonden is aan kleine atomen met grote elektronegatieve waarde

2.3 Lewisformules

  • Lewisformules schrijven
  • In lewisformules de formele ladingen aangeven

2.4 Mesomerie

  • De begrippen mesomerie en gedelocaliseerde elektronen verwoorden
  • Voorbeelden geven van mesomerie

3. Drijfveren van chemische reacties

3.1 Energie en enthalpie

  • De wet van behoud van energie formuleren
  • Uitleggen dat een stof inwendige energie bezit die afhangt van de aard van de bindingen, de aggregatietoestand en de temperatuur
  • De enthalpieverandering ΔH van een stof definiëren als verandering van de energie-inhoud
  • Uitleggen dat het verbreken van bindingen gepaard gaat met ΔH > 0 en dat het vormen van bindingen gepaard gaat met ΔH < 0

3.2 Reactie-enthalpie

  • De reactie-enthalpie ΔH definiëren als het verschil tussen de enthalpie van de reactieproducten en de uitgangsstoffen
  • Het verband leggen tussen het teken van ΔH en het exo-energetisch of het endo-energetisch karakter van de reactie
  • De vormingsenthalpie definiëren

4. Reactiesnelheid

4.1 Reactiesnelheid en effectieve botsingen

  • De definitie van reactiesnelheid geven
  • Uitleggen dat in reacties (in de meeste gevallen)bestaande chemische bindingen worden verbroken en nieuwe worden gevormd
  • Beredeneren dat deeltjes van de uitgangsstoffen met mekaar effectief moeten botsen om te kunnen reageren

4.2 Factoren die de reactiesnelheid beïnvloeden

  • Afleiden dat het aantal effectieve botsingen tussen de reagerende deeltjes vergroot door het toenemen van de verdelingsgraad van de stof, de concentraties en de temperatuur
  • Aangeven dat niet elke botsing van deeltjes effectief is
  • Het belang van de activeringsenergie bij effectieve botsingen beschrijven
  • Het verband leggen tussen de wijziging van het reactiemechanisme door toevoeging van een katalysator en het ontstaan van een nieuw reactiemechanisme met een kleinere activeringsenergie
  • Illustreren dat economische belangen de ontwikkeling van de chemie kunnen richten en bevorderen
  • De invloed van de verschillende factoren op de reactiesnelheid interpreteren

4.3 Chemische snelheidswet

  • Aangeven dat de meeste reacties in verschillende stappen, de z.g. ‘elementaire reacties’, verlopen en dat hoofdzakelijk de traagste stap de reactiesnelheid van het totale proces bepaalt
  • Voor een algemene reactie, waarbij de uitgangsstoffen zich in dezelfde fase bevinden, de snelheidswet schrijven

5. Chemisch evenwicht

5.1 Omkeerbaarheid van chemische reacties en chemisch evenwicht

  • Enkele voorbeelden als omkeerbare reacties kenschetsen
  • Aangeven dat in de chemische evenwichtstoestand de snelheid van de heenreactie gelijk is aan de snelheid van de terugreactie
  • Uit het botsingsmodel van de reacties afleiden dat er een dynamisch evenwicht ontstaat
  • De chemische evenwichtstoestand kenschetsen als een toestand met constant blijvende concentraties
  • Het onderscheid tussen homogeen en heterogeen chemisch evenwicht uitleggen

5.2 Evenwichtsconstante

  • De concentratiebreuk schrijven voor een reactie in de chemische evenwichtstoestand
  • Het verband tussen de evenwichtsconcentraties en evenwichtsconstante Kc schrijven

5.3 Verschuiving van het chemisch evenwicht

  • Uit de evenwichtsvoorwaarde afleiden dat een verandering van concentratie van een of meer stoffen een verschuiving van het chemisch evenwicht kan veroorzaken waarbij Kc constant blijft
  • Aangeven dat verandering van de temperatuur een nieuw evenwicht doet ontstaan door verandering van KcDe evolutie van een reactie in evenwicht voorspellen na een verstoring van het evenwicht door verandering van temperatuur of van concentratie
  • Het principe van Le Châtelier – Van ’t Hoff formuleren en toepassen op voorbeelden
  • Nagaan dat bij een constante temperatuur een katalysator wel invloed uitoefent op de insteltijd van een chemisch evenwicht, maar niet op de evenwichtsconstante Kc
  • Het onderscheid tussen een evenwichtsreactie en een aflopende reactie beschrijven
  • Verband leggen tussen het begrip ‘aflopende reactie’ en het feit dat bij zulk een reactie ten minste één van de uitgangsstoffen (praktisch) volledig reageert

6. Zuren en basen

6.1 Zuren en basen volgens Brønsted

  • Een brønstedzuur als een deeltje dat een proton afstaat (protondonor) en een brønstedbase als een deeltje dat een proton opneemt (protonacceptor) definiëren
  • Zuurbasereacties volgens Brønsted (protolyse) schrijven
  • In een gegeven zuur/base-evenwicht de betrokken deeltjes, op basis van de protonenoverdracht, identificeren als zuur of als base
  • Zuur-basekoppels schrijven
  • Herkennen dat sommige deeltjes zich als zuur of als base kunnen gedragen (amfolyten)

6.2 Ionisatie-evenwicht van water

  • De protonenoverdracht tussen watermoleculen (autoprotolyse van water) beschrijven en herkennen als een interactie tussen deeltjes die leidt tot een chemisch evenwicht
  • De waterconstante Kw definiëren
  • Zure, basische en neutrale oplossingen in verband brengen met de concentratie aan (hydr)oxonium- en hydroxide-ionen

6.3 Waterstofexponent pH

  • Een gemeten of een gegeven pH van een oplossing in verband brengen met de concentratie aan (hydr)oxonium- en aan hydroxide-ionen
  • De pH van oplossingen definiëren als log [H3O1+]
  • De pOH van oplossingen definiëren als log [OH1]
  • Het verband uitleggen tussen de pH en de pOH van zure, basische en neutrale oplossingen

6.4 Sterkte van zuren en basen

  • De zuurconstante Kz als evenwichtsconstante van de protolyse van een brønstedzuur met water definiëren
  • De baseconstante Kb als evenwichtsconstante van de protolyse van een brønstedbase met water definiëren
  • De uitdrukking van zuur- en baseconstanten in verband brengen met de relatieve sterkte van de betrokken zuren en basen
  • In zuur-basekoppels het verband leggen tussen de zuurconstante van een brønstedzuur en de base-constante van de geconjugeerde base
  • De grootheden pKz en pKb definiëren
  • In zuur-basekoppels het verband leggen tussen de pKz van een brønstedzuur en de pKb van de conjugeerde base

6.5 De berekening van de pH

  • De pH van een oplossing van een sterk zuur berekenen
  • De pH van een oplossing van een sterke base berekenen
  • De pH van een oplossing van een zwak zuur berekenen
  • De pH van een oplossing van een zwakke base berekenen

6.6 Zuur-base-indicatoren

  • De werking van zuur/base-indicatoren als toepassing van zuur/base-evenwichten verklaren

6.7 Buffermengsels

  • Een buffermengsel definiëren als een mengsel van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base
  • De eigenschappen van een buffermengsel verwoorden en de werking ervan uitleggen door middel van een voorbeeld
  • De pH van een buffermengsel berekenen
  • Enkel e toepassingen van buffermengsels geven
  • Milieu- en gezondheidseffecten bij sterke verstoring

6.8 Neutralisatiereacties

  • Het pH-verloop tijdens een zuur-basetitratie verklaren
  • Een geschikte zuur/base-indicator voor een titratie kiezen
  • De verschillende stappen van een neutralisatiereactie beschrijven en met een voorbeeld illustreren

7. Chemisch rekenen

7.1 Procentuele samenstelling van een verbinding

  • Uit de procentuele samenstelling de formule van een verbinding afleiden

7.2 Molair gasvolumen

  • Aangeven dat het molair gasvolume bij normomstandigheden 22,4 liter per mol bedraagt en onafhankelijk is van de aard van het gas
  • Het gasvolume, de massa en/of het aantal deeltjes bij normomstandigheden en bij andere omstandigheden berekenen

7.3 Samenstelling van een oplossing

  • De samenstelling van een oplossing uitdrukken in massa/volumeprocent, concentratie, massaprocent en volumeprocent
  • Berekeningen maken die een verband leggen tussen de concentratie in mol per liter en de samenstelling in procent
  • Berekeningen maken die verband houden met het verdunnen van een oplossing

7.4 Kwantitatief aspect van de reactievergelijking

  • Massa’s, stofhoeveelheden, concentraties, gasvolumes (bij normomstandigheden en bij andere omstandigheden) van reagentia en reactieproducten berekenen, bij stoichiometrische hoeveelheden en bij overmaat van één der reagentia

8. Redoxreacties en elektrochemie

8.1 Oxidatiegetallen en redoxvergelijkingen

  • Zoeken of in een reactie het oxidatiegetal van atomen verandert en besluiten of de reactie een redoxreactie is
  • Besluiten dat als het oxidatiegetal van een atoom daalt, respectievelijk stijgt, het atoom gereduceerd, respectievelijk geoxideerd wordt
  • Aantonen dat de reductie van atomen van een element steeds gepaard gaat met de oxidatie van andere atomen van een (meestal ander) element
  • Het begrip redoxkoppel definiëren en in een gegeven redoxevenwicht de betrokken deeltjes, op basis van de elektronenoverdracht, identificeren als oxidator of als reductor
  • Redoxvergelijkingen opstellen vertrekkende van de gegevens van het experiment
  • Redoxvergelijkingen opstellen voor reacties in zuur en in basisch midden
  • Van volgende stoffen een typische toepassing of eigenschap aangeven: natriumhypocholoriet (bleekwater), waterstofperoxide

8.2 Sterkte van reductoren en oxidatoren

  • Met voorbeelden aangeven dat in een redoxreactie de sterkste oxidator reageert met de sterkste reductor
  • De sterkte van oxidatoren en reductoren toepassen op de verdringingsreeks van de metalen
  • De sterkte van oxidatoren en reductoren toepassen op de verdringingsreeks van de niet-metalen

8.3 Redoxsystemen

  • De halfreactie of het redoxsysteem van de oxidator of van de reductor schrijven als: oxidator + ne1- ⇄ reductor
  • Het principe van de elektrochemische cel schematisch weergeven
  • De normcelspanning definiëren en berekenen met behulp van een tabel waarin redoxsystemen gerangschikt zijn volgend de waarde van hun standaard(norm)reductiepotentiaal
  • Met behulp van deze tabel de afloop van belangrijke redoxreacties voorspellen
  • De vergelijking maken tussen de elektrolyse en de werking van een galvanisch element

9. Organische stoffen en hun reacties

  • Een determineertabel kunnen gebruiken met minstens volgende stofklassen: alkanen, alkenen, alkynen, alcoholen, halogeenalkanen, aminen, aldehyden, ketonen, carbonzuren, esters, amiden, ethers
  • Koolstofverbindingen aan de hand van een gegeven structuurformule of naam toewijzen aan een stofklasse met behulp van een determineertabel
  • Structuurformules, bruto-formules en skeletformules kunnen schrijven
  • Gegeven eigenschappen van monofunctionele koolstofverbindingen in verband brengen met karakteristieke groep en koolstofskelet
  • Het begrip isomerie uitleggen aan de hand van representatieve voorbeelden van structuurisomerie (functie-, plaats- en ketenisomerie) en stereo-isomerie (cistrans en optische isomerie)
  • Een reactie uit de koolstofchemie, die volgens een eenvoudig model is voorgesteld, toewijzen aan één van de volgende reactietypes: subsitutie, additie, eliminatie, condensatie, vorming van macromolecule
  • Van volgende stoffen of mengsels een typische toepassing of eigenschap aangeven: methaan, wasbenzine, white spirit, paraffine, methanol, ethanol, glycerol, glycol, azijnzuur

9.1 Koolwaterstoffen, alkanen, alkenen en alkynen

  • Keten- en ringstructuur van alkanen voorstellen
  • Het begrip ketenisomerie uitleggen en de naam vormen van eenvoudige ketenisomeren
  • Door middel van contexten het belang van alkanen illustreren: herkomst en gebruik van methaan, wasbenzine, white spirit, paraffine
  • Kraken van alkanen
  • De structuur van alkenen en alkynen voorstellen
  • Met voorbeelden plaatsisometrie bij alkenen en alkynen uitleggen en de naam vormen van plaatsisomeren
  • Cis-transisomerie bij alkenen uitleggen

9.2 Halogeenalkanen

  • De reactieproducten afleiden bij de homolytische substitutiereactie van alkanen met halogenen
  • Elektrofiele additiereacties schrijven met alkenen en alkynen
  • Bij nucleofiele substitutiereacties van halogeenalkanen het elektrofiel en het nucleofiel reagens aantonen
  • De definitie van een lewiszuur en een lewisbase geven en deze begrippen toepassen op concrete reacties

9.3 Alcoholen

  • De oplosbaarheid en het kookpunt van enkele alkanolen vergelijken met die van de alkanen en halogeenalkanen in verband brengen met hun structuur
  • Het onderscheid tussen primaire, secundaire en tertiaire alcoholen maken
  • Bij nucleofiele substitutiereacties het elektrofiel substraat en het nucleofiel reagens aanduiden
  • Eliminatiereacties schrijven die gebeuren ter hoogte van twee buur C-atomen
  • Eliminatiereacties schrijven die gebeuren ter hoogte van het O-atoom en het buur C-atoom
  • Het verschil aangeven tussen de oxidatie van een primaire alcohol en de oxidatie van een secundaire alcohol
  • Afleiden waarom een tertiair alcohol niet kan geoxideerd worden

9.4 Aldehyden en ketonen

  • De reactievergelijking schrijven voor de reductie van een aldehyde en een keton
  • Uitleggen waarom een aldehyde zich bij oxidatie omzet in een carbonzuur terwijl een keton zich niet leent tot deze omzetting

9.5 Carbonzuren

  • Carbonzuren als Brønstedzuren kenschetsen
  • De reactie schrijven van de verestering van een carbonzuur

9.6 Esters

  • De hydrolyse van een ester schrijven en aantonen dat deze omzetting de omgekeerde reactie is van de verestering
  • Een verzeping bespreken en verklaren

9.7 Ethers

  • Bereiding, eigenschappen en gebruik van ethers beschrijven

9.8 Aminen

  • Een primair, secundair en tertiair amine als base kenschetsen
  • De reactievergelijkingen schrijven voor de bereiding van een amine

9.9 Aromatische koolstofchemie

9.9.1 Benzeen

  • De historische achtergronden i.v.m. de ontdekking van de structuur van benzeen weergeven
  • Invloed van benzeen op gezondheid en milieu
  • Door mesomerie verklaren waarom benzeen bijzondere eigenschappen bezit
  • De delokalisering van de pi-elektronen in benzeen verantwoorden via de orbitaaltheorie

9.9.2 Substitutieproducten van benzeen

  • Het reactiemechanisme van een elektrofiele substitutie van benzeen weergeven
  • De reactievergelijking voor de bereiding van tolueen, broombenzeen, nitrobenzeen en benzeensulfonzuur met structuurformules weergeven
  • Met structuurformules de ortho-, de meta- en de para-isomeren van disubstitutieproducten van benzeen weergeven
  • Oriëntatieregels toepassen

9.9.3 Aromatische carbonzuren

  • De bereiding van benzeencarbonzuur (benzoëzuur) uit benzaldehyde door een reactievergelijking weergeven

9.10 Kunststoffen

  • Voorbeelden geven van kunststoffen (afkorting én volledige naam
  • De reactievergelijking voor de polymerisatie schrijven, wanneer het monomeer gegeven is en motiveren waarom het monomeer een onverzadigde verbinding moet zijn
  • De reactievergelijkingen van polycondensaties schrijven bij gegeven monomeren
  • De bereiding, eigenschappen en toepassingen van een aantal veel gebruikte kunststoffen weergeven
  • Thermoplasten, thermoharders en elastomeren onderscheiden op basis van de vernetting tussen de ketens
  • Identificatie van recyclage en polymeren

9.11 Biomoleculen

9.11.1 Sachariden

  • Sachariden: bruto- en structuurformule van glucose, fructose, sacharose, zetmeel en cellulose
  • Glycosidebindingen

9.11.2 Proteïnen

  • Eiwitten: structuur van aminozuren, polypeptiden en proteïnen
  • Peptidebinding

9.11.3 Lipiden

  • Lipiden: structuur en eigenschappen: verzadigde en onverzadigde vetzuren
  • A.h.v. de structuur van natuurlijke macromoleculen begrippen als functionele groep, isomerie, oplosbaarheid uitleggen

DEEL III

1. Materie en straling

1.1 Atoom- en kernmodel

  • Eenvoudig model van elektronenverdeling in elektronenwolk
  • Massagetal, ladingsgetal (atoomnummer), isotopen, (relatieve) atoommassa

1.2 Elektromagnetische straling

  • Ontstaan, eigenschappen en effecten
  • Eenvoudig spectroscopisch onderzoek
  • Foto-elektrisch effect (E=h.f)
  • Licht als discontinue verschijnsel
  • De constante van Planck
  • h =6,6.10-34 J.s
  • Natuurlijke en kunstmatige straling
  • Toepassingen van röntgenstralen en -stralen als ioniserende straling
  • Equivalentie massa-energie
  • E=m.c²
  • Kernfusie en kernfissie
  • De kwantumtheorie van Planck
  • Energie is discontinue: kwanta

1.3 Radioactiviteit

  • alfa-, beta-, & gammastralen als straling uit de atoomkern: aard, massa, lading, doordringend en ioniserend vermogen
  • Radioactief verval: beschrijving en halveringstijd
  • De vervalcurve voorstellen en de bijhorende functie opstellen
  • Transmutatieregels van Soddy
  • Meetinstrument: Geigerteller
  • Detectiemethodes
  • Kosmische straling
  • Activiteit: aantal desintegraties per seconde
  • Eenheid van activiteit: Bq (becquerel)
  • 1 Bq = 1 desintegratie per seconde
  • Natuurlijke en kunstmatige radioactiviteit
  • Medische en industriële toepassingen
  • Tewerkstelling van fysici

2. Elektriciteit en magnetisme

2.1 Elektrostatica

  • Ladingen door wrijving
  • Lading: Q
  • Eenheid van lading: C (coulomb)
  • Plaats van ladingen op een geleider
  • Puntlading
  • Verklaring met het eenvoudige atoommodel van Rutherford-Bohr
  • Positief en negatief ion
  • 1C = 1 coulomb = de waarde van de lading van een welbepaald aantal elektronen (6,25.1018)
  • Omgekeerd: de lading van 1 elektron = 1,6.10-19C
  • Vrije elektronen in een vaste stof
  • Bandenmodel. Geleiders, isolatoren, halfgeleiders P- en N-type

2.2 Elektrodynamica

  • Potentiële energie van ladingen
  • Ladingen bewegen van waar hun potentiële energie hoger is naar waar hun potentiële energie lager is
  • Een verplaatsing van ladingen noemen we een elektrische stroom
  • I = ΔQ/Δt
  • Eenheid van stroomsterkte: A (ampère)
  • Meetinstrument: ampèremeter
  • Potentiaalverschil = spanning
  • U = ΔV = W/Q = ΔE/Q
  • Eenheid spanning: V (volt)
  • De spanningsbron zorgt ervoor dat het potentiaalverschil blijft bestaan
  • Werkelijke en conventionele stroomzin
  • Meetinstrument: voltmeter
  • Voorbeelden van energieomzettingen in elektrische schakelingen met voorbeelden illustreren
  • Wet van Ohm
  • Weerstand definiëren: R = U/I
  • Eenheid weerstand: Ω (ohm)
  • Wet van Joule: Eq = U.Q = U.I.Δt
  • P = U.I
  • Eenheid vermogen: W (watt)
  • Eenheid energie: J (joule) en kWh (kilowattuur)
  • 2 voorbeelden van degradatie bij energieomzetting
  • Serieschakeling en parallelschakeling
  • Wetten van Pouillet
  • Resistiviteit
  • Temperatuursafhankelijkheid vermelden
  • Elektromotorische spanning en inwendige weerstand van een stroombron
  • Uitgebreide wet van Ohm

2.3 Elektrisch veld

  • Het spectrum van elektrische veldlijnen rond geladen voorwerpen
  • De zin van een veldlijn afspreken
  • Homogeen veld – radiaal veld
  • Definitie van elektrische veldsterkte: E=F/Q
  • Veldlijnen staan loodrecht op geleiders
  • De kracht tussen 2 ladingen in mekaars buurt
  • F = (Q1.Q2) / (4πε0r2)

2.4 Elektromagnetisme

  • Magneetpolen
  • Kracht van magneten op elkaar
  • Magnetische influentie
  • Proef van Oersted
  • Een elektrische stroom veroorzaakt een kracht op een magneet
  • Staal magnetiseren in een spoel
  • Bladmagneetjes groeperen zich in gebiedjes
  • Magnetiseren is ordenen van die gebiedjes
  • Veldlijnen rond magneten, rond rechte draden, rond solenoïde. Zin van een veld
  • Een maat voor het aantal veldlijnen door een eenheid van oppervlakte = de magnetische flux Φ
  • B invoeren als de kenmerkende grootheid voor de sterkte van het magnetisch veld
  • Eenheid van magnetische inductie: T (tesla)
  • B wordt gemeten met een magnetische veldsensor (Hall-sensor)
  • Factoren zoeken waarvan B afhankelijk zou kunnen zijn
  • Op afstand r van een rechte geleider: B = (μ.I)/2π.r
  • Binnen in een solenoïde met N windingen en lengte l
  • B = μ.(N.I)/l
  • Permeabiliteit μ eenheid: (T.m)/A
  • Φ = B.A
  • Eenheid van magnetische flux: Wb (Weber)
  • Lorentzkracht: F=B.I.l
  • De kracht hangt af van de stroom door de geleiders, hun lengte en onderlinge afstand. Ook de middenstof is belangrijk: F = μ/2π . (I1.I2.l)/r
  • Richting en zin van F bepaal je met een handregel
  • |Uind| = N.(ΔΦ/Δt)
  • De inductiespanning is evenredig met de snelheid waarmee de flux verandert
  • Wet van Lenz
  • Zelfinductie
  • Zelfinductiecoëfficiënt: UL = -L.(ΔI/Δt)
  • L = (μ.N².A) / l
  • Eenheid van zelfinductiecoëfficiënt: H (henry)
  • Smoorspoel

2.5 Wisselstromen

  • Als een spoel draait in een magnetisch veld ontstaat een wisselende inductiespanning
  • De voornaamste stappen bij de productie van elektrische energie
  • Lorentzkracht op een draadwinding levert een koppel

3. Beweging en kracht

3.1 Beweging en kracht

  • Rust en beweging
  • Soorten banen
  • Stand, verplaatsing en afgelegde weg. Tijdsverloop. Referentiestelsel. Puntmassa.
  • De EVRB zonder beginsnelheid
  • Δs = (a.Δt²) / 2
  • a = Δv / Δt
  • Valbeweging
  • De ERVB met beginsnelheid
  • De horizontale worp
  • De eerste drie wetten van Newton
  • Kracht op afstand (zwaartekracht, elektrische kracht en magnetische kracht)
  • Contactkrachten (wrijvings-, veer- en spankracht, gewicht)
  • Fundamentele natuurkrachten
  • Algemene gravitatiewet (in woorden en formule)
  • Wetten van Kepler
  • Beweging van planeten en satellieten

3.2 Arbeid, energie en vermogen

  • Arbeid bij een constante kracht en bij een niet-constante kracht
  • Arbeid als de kracht evenwijdig is met de verplaatsing en als de kracht niet evenwijdig is met de verplaatsing
  • Vermogen
  • Potentiële en kinetische energie
  • Behoud van energie en energieomzettingen

3.3 Massa en energie

  • De equivalentie van massa en energie: E=m.c²

3.4 Botsingen

  • Botsingen
  • Stoot en impuls of bewegingshoeveelheid
  • Wet van behoud van bewegingshoeveelheid en energie

4. Trillingen en golven

4.1 Harmonische trilling

  • Trillingen zijn periodieke bewegingen t.o.v. bewegingsstand
  • Concrete voorbeelden: een voorwerp aan een veer, een trillende duikplank, een trillende snaar, een slinger, een stemvork
  • Eigenschappen: frequentie, periode, elongatie, fase en amplitude
  • Krachtconstante k
  • Hooke-kracht
  • De elongatie of uitwijking: symbool y of s
  • De amplitude: symbool A of r
  • y(t)- of s(t)-diagram
  • De plaatsfunctie: y(t) = A.sin ωt of s(t) = r.sin ωt
  • v(t)-, a(t)- en F(t)-diagram
  • v(t) = ω.A.cos ωt
  • a(t) = ω².A.sin ωt
  • F = k.s met k = m.ω²
  • De periode van de trillende veer: T=2π.√(m/k)
  • De periode van de mathematische slinger: T=2π.√l/g
  • Proef met gekoppelde slingers en/of 2 identieke stemvorken

4.2 Golven

  • Voorbeelden van energieoverdracht bij mechanische golven: watergolven, geluidsgolven enz.
  • Golflengte: symbool λ
  • Golfsnelheid: symbool v
  • λ=v.T en v=λ.f
  • Toepassingen:
    o De geluidssnelheid in lucht, in water, in staal
    o De lichtsnelheid in vacuüm
    o De voor de mens hoorbare geluidsfrequenties en de daarmee overeenkomstige golflengtes
    o Beschrijving van interferentie, terugkaatsing en breking van licht of geluid
    o Golfmodel
    o Diffractie
    o Doppler effect
    o Staande golven

4.3 Geluid

  • Voorbeelden geven van trillingen waarbij geluid ontstaat
  • Geluiden voortgebracht door periodiek trillende bronnen noemen we tonen
  • Geluid wordt enkel voortgeplant in een medium. In het luchtledige is er dus geen geluid.
  • I en dB
  • Toonhoogte wordt bepaald door frequentie, toonsterkte wordt bepaald door amplitude en toonklank of timbre wordt bepaald door energieverdeling over de boventonen of harmonieken
  • Gehoorgebied van de mens. Ultra- en infrasoon. Toepassingen: echografie en sonar, in de scheepvaart, in de dierenwereld…
  • Resonantie bij geluid
  • Meetinstrument: decibelmeter. Tabel met het geluidsniveau van een tabel weergeven
  • Interferentie van geluidsgolven: o.a. destructieve interferentie in anti-geluidtechnologie, zwevingen
  • Terugkaatsing van geluidsgolven: echo en nagalm
  • Doppler-effect en schokgolven
  • Gehoorbeschadiging
  • Lawaaidoofheid is onomkeerbaar
  • Manieren om lawaai te bestrijden

4.4 Licht

  • De deeltjestheorie van Newton
  • De golftheorie van Huygens
  • Maxwell toonde aan dat licht een elektromagnetische golf is
  • De fotonen van Einstein
  • Interferentie van lichtgolven aantonen met de proef van Young
  • Terugkaatsing en breking van licht
  • Totale terugkaatsing en optische vezels, endoscopie
  • Interferentie aan dunne laagjes
  • Interferentie met rooster
  • Diffractie
  • Polarisatie
  • Lasers en toepassingen

Solliciteren?

Stuur uw cv met foto naar Hinda@xanthippe.be; ter attentie van Hinda Haspeslagh-Boeckx.